Language and education

Engelstalig hoger onderwijs

Effecten van een vreemde taal als voertaal in het hoger onderwijs

Gebruik van het Engels als voertaal in het hoger onderwijs in Nederland is groeiend, maar staat ook maatschappelijk en politiek ter discussie. Het Engels is de onderwijstaal (Engels als Medium van Instructie: EMI) in 28% van de universitaire bacheloropleidingen in Nederland en in 76% van de universitaire masteropleidingen (bron; data van 2018). In het hbo betreft het 6% van bachelor- en 24% van de masteropleidingen (bron; data van 2018). De Minister van OCW heeft gesteld dat de onderwijskwaliteit niet door Engelstalig onderwijs aangetast mag worden (Aanhangsel handelingen II 2016/2017 nr.20, 2016). Er is echter onvoldoende zicht op effecten op de vakinhoudelijke kennisontwikkeling van studenten afgemeten aan studieprestaties, en op mogelijke bevorderende en belemmerende factoren in het onderwijsleerproces. Daarbij is onvoldoende bekend over de wijze waarop opleidingen in het Nederlandse HO Engelstalig onderwijs inrichten en faciliteren.

In Nederland is nog slechts beperkt en lokaal empirisch onderzoek uitgevoerd naar effecten van Engelstalig hoger onderwijs op kennisontwikkeling en studieprestaties van studenten (TU Delft: Vinke, 1995; Klaassen, 2001);Radboud: De Vos, 2019; NHL/Stenden: De Jong, 2018). Er is daarom behoefte aan onderzoek naar evidentie uit de internationale onderzoeksliteratuur over effecten en randvoorwaarden van Engelstalig hoger onderwijs aan niet-Engelstalige studenten. Ook is er behoefte aan een inventarisatie van bestaande praktijken in het wo en hbo, met betrekking tot randvoorwaarden en faciliteiten.

Op uitnodiging van NRO wordt in deze offerte een onderzoek voorgesteld naar effecten van een vreemde taal als voertaal op onderwijsleerproces en leeropbrengsten in het hoger onderwijs. Het hier voorgestelde inventariserende onderzoek omvat een systematische internationale literatuurstudie naar effecten van onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal op de vakinhoudelijke leerresultaten van studenten in het hoger onderwijs. Daarbij worden relevante factoren geïnventariseerd. Potentieel relevant zijn o.a.: taalvaardigheid Engels van studenten en docenten, capaciteit en belasting van het werkgeheugen, didactische vaardigheden van docenten, talige en inhoudelijke ondersteuning van studenten, talige en didactische professionalisering en ondersteuning van docenten, didactische werk- en interactievormen, toetsvormen en beoordelingscriteria (Doiz, Lasagabaster & Sierra, 2013; Lasagabaster, 2016). Vervolgens worden de stand van zaken op instellingsniveau in het hoger onderwijs in Nederland in kaart gebracht, op basis van relevante factoren uit de literatuurstudie. Dit zal worden geïllustreerd en gespecificeerd aan de hand van enkele casussen.

Onderzoeksvragen

Het onderzoek richt zich op de beantwoording van de volgende vragen:

  1. Wat is uit de internationale onderzoeksliteratuur bekend over:
    a. effecten van hoger onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal op vakinhoudelijke leeropbrengsten bij studenten?
    b. leer- en interactieprocessen in hoger onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal, in relatie tot vakinhoudelijke leeropbrengsten (a)?
    c. didactische begeleiding/professionalisering en didactische aanpak in hoger onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal, in relatie tot leer- en interactieprocessen (b) en vakinhoudelijke leeropbrengsten (a)?
  2. a. Welke eisen en randvoorwaarden worden gesteld op instellingsniveau aan taalbeheersing en didactische professionalisering aan Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs mbt vakinhoudelijk onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal?
    b. Welke vormen van didactische begeleiding/professionalisering worden benoemd op instellingsniveau in het Nederlandse hoger onderwijs in het Engels als tweede/vreemde taal?
  3. Wat zijn de karakteristieken van vier (?) casussen van Engelstalig hoger onderwijs in Nederland, met betrekking tot eisen en randvoorwaarden (2a), didactische begeleiding/professionalisering en didactische aanpak (1c; 2b), studenttevredenheid over leer- en interactieprocessen (1b) en vakinhoudelijke leeropbrengsten (1a)?

Opzet en methoden

Systematisch literatuur review

Voor de beantwoording van deze vraag zal een systematische review worden uitgevoerd van relevant wetenschappelijk onderzoek dat is gepubliceerd sinds 2000. Een eerste search in Google Scholar met de zoektermen “English medium instruction” en “Higher Education” leverde ruim voldoende zoekresultaten op. Toevoeging van “content/subject knowlegde” leverde relevante resultaten op; toevoeging van “professional development” eveneens. Met behulp van valide inclusie- en exclusieprocedures zal en selectie worden gemaakt van relevante publicaties voor de deelvragen 1a, 1b en 1c. De search zal worden aangevuld met een nadere inspectie van databases (ERIC, Web of Science) en relevante tijdschriften, zoals The Journal of Higher Education, European Journal of Higher Education, Journal of Bilingual Education and Bilingualism, Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, Onderzoek van Onderwijs. Een eerste inspectie suggereert dat relatief weinig empirisch onderzoek is uitgevoerd naar effecten op academische kennisontwikkeling van studenten, zeker niet waar het vergelijking met L1 controlegroepen betreft en nog minder voor zover het objectieve meting van kennisverwerving en studieprestaties betreft.

Inventarisatie stand van zaken HO in Nederland

Voor de beantwoording van vraag 2a en 2b zal een documentonderzoek worden uitgevoerd, op basis van het beschreven beleid op WO- en HBO-instellingsniveau, aangevuld met overzichtsrapportages van o.a. Inspectie, VSNU, HBO-Raad, KNAW, Onderwijsraad. Hierbij wordt gestreefd naar een actueel beeld van eisen en randvoorwaarden op instellingsniveau m.b.t. taalbeheersing en didactische begeleiding/professionalisering (2b).

Selectie en beschrijving van vier casussen

Om verder zicht te kunnen krijgen op de relatie tussen instellingsbeleid en opleidingspraktijk, zullen vier casussen worden geselecteerd van Engelstalige opleidingsprogramma’s: zowel hbo als wo; zowel bachelor- als masterniveau. Deze zullen kwalitatief worden beschreven op grond van risico- en succesfactoren die zijn geïnventariseerd in deelstudie 1, en de beschreven stand van zaken in het Nederlandse HO in deelstudie 2. Afhankelijk van de uitkomsten van onderzoeksvragen 1 en 2 zou voor een van de casussen gekeken kunnen worden naar een opleiding met een meertalige benadering (zie ook Duarte & van der Ploeg, 2019). Ook kan bij een van de casussen een opleiding worden gekozen die een parallelle Nederlandstalige track kent.

De casussen zullen worden beschreven op instellings- en opleidingsniveau, met betrekking tot eisen en randvoorwaarden (2a), talige en didactische begeleiding/professionalisering van docenten (2b en 1c) leer- en interactieprocessen in termen van studentpercepties (1b) en vakinhoudelijke leeropbrengsten in termen van studierendement (1a). Talige achtergrond en taalvaardigheid van studenten en docenten, didactische aanpak en toetsing en beoordeling zullen in de selectie en beschrijving worden meegenomen. Voor deze casusbeschrijvingen zal alleen van beschikbare data gebruik gemaakt worden: opleidingsbeschrijvingen, cursusbeschrijvingen, studierendementcijfers, onderwijsevaluaties, enz. Deze zullen worden aangevuld met interviews met betrokken stakeholders. Er zullen geen nieuwe data verzameld worden op basis van bv. observaties of toetsen

Beoogde resultaten en betekenis voor onderwijspraktijk en/of –beleid

Met het hier voorgestelde onderzoek wordt beoogd inzichten te bieden die kunnen bijdragen aan beleid inzake keuzes, ontwikkeling en inrichting van Engelstalig hoger onderwijs. Bij afweging van succes- en risicofactoren voor beleidskeuzes rond de ontwikkeling van Engelstalig hoger onderwijs is inzicht in effecten en mediërende en modererende factoren onmisbaar. Het hier voorgestelde onderzoek beoogt daarom om in kaart te brengen welke evidentie er is voor effecten van EMI op de vakinhoudelijke kennisontwikkeling van studenten, en wat de omstandigheden en maatregelen zijn die daarbij belemmerend of bevorderend kunnen werken (vraag 1). Bovendien zal een nadere inventarisatie van randvoorwaarden, eisen, professionalisering en ondersteuning op instellingsniveau het actuele beleid in het HO in Nederland inzichtelijk maken. Momenteel is dergelijk informatie niet systematisch beschikbaar. VSNU en Verenging Hogescholen beschikken alleen over cijfers m.b.t. aantallen Engelstalige studies, aantallen buitenlandse studenten, en studenttevredenheid over didactische kwaliteiten en taalvaardigheid van docenten. Informatie over taalvaardigheidseisen, didactische eisen en professionaliserings- en ondersteuningsmogelijkheden is niet beschikbaar. Ook systematisch inzicht in leeropbrengsten van Engelstalig HO ontbreekt. De landelijke inventarisatie zal worden geïllustreerd en geconcretiseerd aan de hand van enkele casusbeschrijvingen, waarin relevante factoren uit het internationale literatuuronderzoek zullen worden meegenomen

Het onderzoek levert inzichten op voor onderwijstaalbeleid op nationaal en instellingsniveau:

  1. op grond van de internationale inventarisatie van onderzoek naar aanpakken, leer-/interactieprocessen en leeropbrengsten (vraag 1) zal het onderzoek uitspraken doen over risico- en succesfactoren van EMI.
  2. de inventarisatie van eisen en randvoorwaarden en van professionalisering en ondersteuning op instellingsniveau (vraag 2) geeft een stand van zaken van de koers en mogelijke diversiteit van instellingsbeleid m.b.t. EMI in het hoger onderwijs in Nederland, in relatie tot de gesignaleerde risico- en succesfactoren uit de systematische literatuur review (vraag 1).
  3. de casusbeschrijvingen laten voorbeeldmatig zien hoe opleidingen omgaan met professionalisering en ondersteuning, in relatie tot beleid op instellingsniveau (vraag2), en in relatie tot talige achtergrond en taalvaardigheidsniveau van docenten en studenten.

Op basis van deze inzichten worden aanbevelingen geformuleerd voor onderwijspraktijk en onderwijsbeleid:

  1. Wat zijn mogelijke risico’s van EMI voor de vakinhoudelijke kennisontwikkeling van studenten?
  2. Onder welke voorwaarden is invoering van Engelstalig hoger onderwijs het beste haalbaar?
  3. Wat kan gedaan worden op landelijk beleidsniveau, instellings- en opleidingsniveau om aan die voorwaarden te voldoen?

De bevindingen en aanbevelingen uit het rapport dragen bij aan de discussie over succes- en risicofactoren, en daarmee aan de verdere ontwikkeling van noodzakelijk of wenselijk beleid.